Friday, October 23, 2009

De driedaagse van de Steppe

Met een veldrit in lijn door de Sahara...

Op weg naar de Kaspische zee wordt het landschap alsmaar uitgestekter.
De gigantische akkers wordt ingeruild voor olievelden in een ondragelijke leegte.
De wind krijgt dichter bij de zee meer vrij spel, en ik kan hier kilometers voor mij uitstaren, en hopen dat het daar bij de horizon iets gezelliger zal worden, het duurt zo wel enkele dagen en de automobilsten vertikken het mijn tweewieler mee te nemen...
*
Te Velichavkoe ben ik terhoogte van het Noorden van Dagestan. Vele Dagestani zijn tijdens het communisme naar hier geimmigreerd. Mustafa en Aicha verwelkomen mij op hun grote erf vol schapen en koeien in de nog grotere vlakte. Mustafa kwam na zijn carriere als worstelaar zo een 40 jaar geleden hierheen wonen. In de oneindige steppevelden is het ook een flinke sport om je kudde hier bijeen te houden. Van op het grote bed-zetel object en de koran in een plasticzak aan de wand kijken we naar een kunstschaatsen-contest op de TV.
*
Te Komosckumsk, we zijn nu nu echt te midden van het lege landschap. Sinds de jaren 50 kwamen hier ganse families uit China wonen, de olievelden boden veel werk. Bij het binnenrijden van het stadje wordt ik onmiddellijk naar mijn dokumenten gevraagd, en wordt mijn handelen naar een plaats voor mijn tent in de kiem gesmoord door de twee uniformen, een jonge Aziaat en een oudere Rus. Lichtelijk gedwongen richting het plaatselijke gasthuis krijg ik ook daar geuniformeerd bezoek, zonder blozen gaan ze mee tot op mijn kamer om de weg die ik tot hier aflegde op mijn kaart uit de doeken te doen. Nee,meneer de politieagent in Mozdok ben ik niet geweest...
*


Dagestanse gastvrijheid


In Rusland is gewichtheffen populairder dan wielrennen.


Het ontbijt


Onderweg in de olievelden

cookasianmeal part 9


Soldatensoep op de grens van Noord-Ossetie en Ingoesetie

De Ronde van de grensstreek

Met een solotocht in de donker...

De Volgende ochtend reed ik vanuit de hoofdstad in Noordoostelijke richting.
De grote weg richting Groznie met vooral veel tomatenverkopers verliet ik al gauw om het Tsjetsjeense stuk van de Noord-kaukasische taart te vermijden.
Mijn kaart was niet van alle wegen voorzien maar de herfstzon scheen mild en de mensen vriendelijk, dus met een goed gemoed scheerde ik over de wegen op weg naar de Kaspische zee.
Grafdelvers,Koewachters en fietsende mannetjes passeerden die dag het decor. Die was nl. helemaal niet bergachtig meer en zo was het rustig fietsen over glooiende velden. Sinds De Ronde van Balkaria was er wel 1 opmerkbaar gegeven bijgekomen, nl. die van de politiecontroles. In de vallei op weg naar de Elbrus, begon er eentje moeilijk te doen omtrent het feit dat ik mijn immigratiekaart elke 3 dagen van een stempel moest laten voorzien, kwestie van mij te lokaliseren. Waar dit moest gebeuren was hem ook niet duidelijk, dus ik maakte er mij geen zorgen om. De andere controles langs de weg in de Elbrus-regio hadden er mij nl. niet attent op gemaakt. Het was gewoon goed geprobeerd van hen...
Nu op weg naar Kurskaya.
Ik wist van betrouwbare bronnen, nl de kleinzoon van onze nationale Balkardische dichter dat het in Noord-Ossetie veel rustig was geworden en ik via een heel klein deeltje ervan het eigenlijke Rusland kon bereiken. Twee kleine puberale grenswachters met veel te grote geweren in hun put gelegen post lieten mij Kabardino-Balkaria verlaten. De eerste plaats in Noord-Ossetie, een rustig boeredorp omringd door steppevelden werd slechts verstoord door 3 spelende kinderen, de kleinste met een speelgoedgeweer weliswaar. Toen ik hen portreteerde was hun respect naar mij toe ontzaggelijk groot, alsof ik hen met dit beeld voor even uit hun situatie bevrijdde, alle drie schudden mij heel vriendelijk de hand. Andere mensen, verderop in het dorp werden liever niet gefotografeerd, ik op mijn beurt respectvol naar hen toe. Terug in de velden, die mij vooral aan de Bessarrabische steppevelden van Moldavia deden denken, bleef de weg koppig rechtdoorlopen,al wou ik, zo beschreef mijn kaart toch, dat er een weg naar links zou lopen noordwaarts. Een vriendelijk oud mannetje met zijn fiets vertrouwt me toch deze weg toe opweg naar mijn bestemming. Een weinig verder een volgende post met prikkeldraad en Russische soldaten in blauwe uniformen. Ze onthalen mij hartelijk en nodigen mij zelfs uit naar hun betonnen kantine achter een lage muur voor een bord heerlijke bouillon-soep en wat brood, om mij enigzins wat energie te geven voor het volgende luik van de rit. Ze vertellen me dat ik Ingoesetie zal binnenrijden. In hun pover Engels waarschuwen ze wel: " Don't stop in Mozdok Go Go! "
Met een verse adem vervolg ik mijn weg, al gauw volgt een nieuwe post bij de rivier net voor Mozdok. Zo dicht tegen de Tsjetsjeense grens heb ik mij op verboden gebied begeven, ik wordt voor verhoor mee genomen naar de zwaar bewaakte kazerne te Mozdok.
Het krioelt er van wachters,soldaten en geheime politie. De Alpundustria van de Elbrusregio was hier het best te beschrijven als Warundustria. Het conflict levert vele banen voor Russen welteverstaan. Met mijn paspoort op hun dashboard wordt ik, fietsend, naar daar begeleid. Daar ik niets te verbergen heb, en ik nu onder hun hoede de weg verderzet voel ik me wel meer op mijn gemak. In het bureau wordt er een tolk bijgehaald die wat Frans kan, allen heel correct en beleefd. Al gauw zien ze ook de absurditeit van hun onderzoek naar mijn missie in. Mijn digitale camera vertelt mijn Georgisch verhaal, ze ondervragen heel scherp bij de eerste beelden maar zwakken al gauw af als ze beginnen te beseffen dat ik enkel een toeristische missie heb. Ik vertel hen niet dat ik een fotograaf ben om het gebeuren niet nog complexer te maken. Door hun lange ondervraging is de zon al dicht bij de horizon gezakt en bereik ik bij schemer de volgende grenspost die Rusland inleid, een grenswachter met een grote kop en een nog grotere pet drijft wat de spot en het is een overbodig en dom van hem mij te vragen van waar ik kom. Een jonge blonde Russische soldaat controlleert enkele Tsjetsjenen met maan en sikkel hangertje. De grote kop heeft nog steeds mijn paspoort vast al is er geen echte bedoeling meer, vervelend stil valt de nacht. Hij veronderstelt dat ik geen licht op mijn fiets heb en hoopt mij zo te vangen, hij vraagt hoeveel geld ik bij me heb en ik doe alsof ik hem niet versta. De grote kop heeft zijn spelletje op, maar mijn wedstrijd om vrijheid nog niet gespeeld. Een eind verderop is de weg opengebroken en is het moeilijk rijden over de kiezels in het zwart van de nacht. Nadat een onbekende jeep mijn weg kruist, zich 180 graden draait en dan net voor mijn neus zich heel langszaam terug draait over de weg, zodat ik bijna genoodzaakt ben te stoppen, begint het grind nu nog nerveuzer onder mijn wielen te schuiven. De weg is nog lang tot het volgende dorp, Kurskaya. Ik besluit een eind verderop bij een een bomenrij en wat groen dat 2 grote velden scheidt, mijn tent op te zetten.
De volgende ochtend wordt ik in Kurskaya nog een laatste maal om mijn geld gevraagd bij een politiekontrole. Hij (alsof de jongere broer van de grote kop van gisteren) vraagt: Skolke Skolke? Hoeveel Hoeveel? Ik zeg: Male male Weinig weing. verveeld om mijn antwoord heeft hij mijn paspoort terug. Samen met het alsmaar vlakker wordende land opweg naar de monding van de Volga in de Kaspische zee worden ook de controles milder en geringer. Nog 1 enkele opflakkering van een gefrustreerde politieagent in de oneindige velden met oude kolchozen houdt mijn paspoort op hun dashboard, voor even dan toch...


Noord-Ossetishe pauze (perenlimonade, brood en kaas)


Vriendelijk oud ventje opweg naar Mozdok

cookasianmeal part 7



De Balkardische trots, bloedna.
Zongedroogd koevlees gebakken in de pan, hier geserveerd met aardappels

De Ronde van Balkaria.


Met een klimtijdrit op de Elbroes...

Sochi de Russische riviera aan de Zwarte zee had een heel ander gezicht dan zijn Georgisch broertje aan de overkant van het water. Hier werd alles in gereedheid gebracht om in 2014 hier de wereld te ontvangen en vooral aan de wereld te tonen dat Rusland De stad van de toekomst heeft. Hier worden nl. binnen 5 jaar de Olympische winterspelen georganiseerd, en alles wat niet in dit plaatje past, zoals oude sovjetarchitectuur en Flats vol vluchtelingen uit het Abchazie-conflikt moeten wijken voor dit groots opgezet spektakel. Via Rob Hornstras'site (the Sochi Project) kom je hier meer over te weten.
Ik bleef slechts een kleine tijd in de stad omdat mijn Kaukasustour zijn naam niet waardig zou zijn zonder de Elbrus, tevens de hoogste berg van Europa te trotseren. Of eerder heel even onder zijn ontzagelijke grootsheids te bezwijken. Een heus skistation ontsiert enigzins wel zijn ongereptheid, maar dankzij de lift konden we deze reus enigzins comforttabel in het oogwit kijken (lees zijn eeuwige sneeuw).
De berg van 5647 meter groot is gelegen in Kabardino-Balkaria, een deelrepubliek binnen de Russische federatie die hier Kabarden en Balkarden huist. Het is een moeilijk deelbaar territorium daar ze over dezelfde hoofdstad, Nalchik beschikken. In Bylym, enkele Balkardische dorpen van de voeten van de reus verwijderd had ik het geluk, na enig aandringen weliswaar om mijn tentje van een veilig tuin te voorzien, de schilder-grafieker-beeldhouwer Muftar Oezdenof te ontmoetten, binnen de Sovjetunie was zijn kunst onder de rode censuur onderhevig maar had hij een veel grotere bereikbaarheid. Nu is deze censuur weg gevallen maar is het gevangenis gevoel veel groter geworden. Zijn persoonelijke schriftuur is in al die jaren ook gevormd en het is moeilijk deze nu van dag op dag te veranderen, zo zie je dat nieuwe beeldhouwerken op openbare plaatsen nog steeds naar de sovjettijd ruiken. Muftar is Balkard en zijn spreken verwant met de Turkse moedertaal,De Kabarden daarentegen spreken een taal verwant aan de Perzische, beiden zijn het wel Moslims. Deze religie is dan ook de grootse gemene deler van alle Noord-Kaukasische volkeren. Toch zie je hier weinig opzienbarende moslim-architectuur, en zijn het heel nieuwe bouwwerken. De volkeren van de deelrepubliken hebben nog steeds aan de Russen te gehoorzamen en worden aan dagelijkse contole van het politie-apparaat onderworpen en zo aan hun grote onderdrukker herinnerd. Ik heb aan den lijve ondervonden hoe dit op het gemoed inspeelt om zo geviseerd te worden. Vanaf het einde van de tweede wereldoorlog werden velen naar Kazakstan dedeporteerd omdat ze, zo vertellen de Sovjets, gekollaboreerd hadden met de Nazi's. Tussen 1944 en 1956 werden de Balkarden door deze maatregel bijna gehalveerd, tot op vandaag zijn ze slechts met 180 duizend. Muftars'beste vriend was een dichter en woonde in de hoofdstad, Nalchik. De volgende dag was er te Nalchik een herdenking naar aanleiding van de geboortedag van Kjazim Metsiev, de invloedrijkste Balkardische dichter, die ook gedeporteerd was naar Kazakstan maar op enigzins hoge leeftijd daar was overleden.
Pas in 1999 is zijn lichaam overgebracht naar zijn geboorteland en is er een herdenkingsmuseum voor alle slachtoffers van de deportatie gebouwd in het grote park aan de rand van de hoofdstad.
Bloemen werden bij zijn graf neergelegd door mannen met vreemde mutsen en vrouwem met lippenrood. In de avond was er een voorstelling in het muziektheater waar alle grote heren onder de Balkarden, samen met andere grote heren van hun broedervolkeren o.a. Dagestan en Tsjetenie een vertoning gaven als onderdeel van de herdenking, maar eigenlijk weinig met de herdenking van onze dichter zelf te maken had.
Het was eerder een potsierlijke voorstelling van presidenten en afgevaardigden die elkaar het allerbeste toewensten en veel te groots uitgevallen boeketten, fruitmanden en flessen met de lekkerste cognac aan elkaar gaven. In hun speechen bulderden van onderdrukte stemmen van niet erkende volkeren.
Op het podium volgde een opzwepende volksdans als symbool van het verlangen naar hun identiteit.
Als klap op de vuurpijl werd de avond afgesloten in de zaal van een restaurant enkel voor deze grootheden bestemt.
Daar ik in goed gezelschap was van onze dichter mocht ik mee aan tafel schuiven met de grote heren.
Niet anders dan bij de Georgiers werd er menig getoast hier vooral op de vergeten namen van hun volkeren, deze werden zoveel herhaald dat ze op den duur als abstracte holle dozen achterbleven in de vallende nacht en we vooral allemaal dronken werden.


Elbroes-pose


Elbruz, een Kabard en een Balkard, samen het metsersduo op de camping aldaar.


De vallei van Baksan onderweg van de Elbroesberg


Bylym, Muftar Oezdenof en zijn gevolg


Herdenking te Nalchik


Mustafa tijdens het maal na de herdenking


Victor, Mustafas'zoon is gewichtsheffer en recht hier de deur van zijn auto.

Saturday, October 10, 2009

Friday, October 9, 2009

Black sea sounds) )) )))


Na een lange radiostilte vanuit Svanetie, de bergregio op de grens met Abchazie, ben ik gisteren in Batumi bij de Zwarte Zee aangekomen. Een stad met zicht op de wereld en met internet. Pas Zondagavond kan ik de boot nemen richting Sochi in Rusland.
Loveboat richting het land van de Russen
Koen